Menu

NWVT WTA Hamer Duyvenszprijs 2017

Gepubliceerd op: 16-11-2017

Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen reikt de NWVT WTA Hamer Duyvenszprijs 2017 uit.


De NWVT WTA commissie kent eenmaal per jaar namens de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen een wetenschappelijke onderscheiding toe aan het tandheelkundig proefschrift dat door de NWVT WTA leescommissie als beste van dat jaar is beoordeeld. Deze onderscheiding draagt de naam NWVT WTA Hamer Duyvenszprijs, zo genoemd omdat de prijs mede werd gefinancierd vanuit legaten van de tandartsen Hamer en Duyvensz.

De NWVT WTA Hamer Duyvenszprijs is voorafgaand aan de NWVT Ledenavond op woensdag 15 november 2017 uitgereikt aan:

Dr. Arie Hoeksema

voor zijn proefschrift:

Oral Health in frail elderly


Dr. Arie Hoeksema heeft zijn onderzoek verricht aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde. Zijn promotores waren: Prof. dr. A. Vissink, Prof. dr. G.M. Raghoebar en Prof. dr. H.J.A. Meijer.
Deze prijs heeft hij ontvangen vanwege de relevantie van het onderwerp voor de tandarts algemeen practicus.

In 2020 zal 40% van de Nederlandse populatie ouder zijn dan 65 jaar, het percentage 80+ zal met 10% toenemen. Velen van hen hebben nog (deels) hun eigen dentitie. De noodzakelijke mondverzorging staat bij ouderen op gespannen voet met andere dagelijkse activiteiten. Het gebrek aan aandacht voor de mondzorg moet worden gezien als een verborgen gezondheidsrisico en beïnvloedt de algemene gezondheid en de kwaliteit van leven.

In hoofdstuk 2 wordt de mondgezondheid in kaart gebracht van 725 nieuw opgenomen patiënten in het verpleeghuis. De groep dementerenden was significant ouder dan de compos mentis. De groep betande patiënten bedroeg 20%. Bij hen was in ongeveer 70% sprake van een gebrekkige mondhygiëne, cariës, wortelresten en een matige coöperatie

In hoofdstuk 3 worden 275 thuiswonende ouderen beoordeeld die in aanmerking komen voor thuiszorg. Ook bij hen is in 70% sprake van slechte tot matige mondgezondheid. De dentaten in deze groep scoorden beter op kwaliteit van leven, kwetsbaarheid, fysieke mogelijkheden en algemene gezondheid in vergelijk met de edentaten. Er is geen verschil in cognitie en mondgezondheid.

In hoofdstuk 4 wordt aan 1325 thuiswonenden ouderen gevraagd een vragenlijst met betrekking tot orale status, mondgezongheid en tandartsbezoek in te vullen en terug te zenden. De response is 77%. Veertig procent is dentaat, 50% edentaat en 10% heeft een overkappingprothese op implantaten. Betande patiënten en ook zij met een overkappingsprothese scoorden beter dan edentaten op kwetsbaarheid, minder medicijnen en kwaliteit van leven.

In hoofdstuk 5 wordt een prospectief onderzoek beschreven bij een jonge en een oudere groep edentaten die wordt behandeld met twee implantaten en een overkappingsprothese. In een follow up periode van 10 jaar wordt gekeken naar de peri-implantaire gezondheid. In de oudere groep overleven 93% van de implantaten de 10 jaar tegenover 97% bij de jongeren. Er zijn geen verschillen in plaque-, bloeding- en gingiva-indexen. Met andere woorden, een mandibulaire overkappings prothese op implantaten lijkt een verantwoorde keuze ook bij (heel) ouderen.

Ten slotte hoofdstuk 6 waarin een analyse staat bij de afweging om wel of niet te implanteren bij zorgafhankelijke ouderen. Een groot aantal factoren speelt hierbij een rol: welzijn en kwaliteit van leven, passende behandelkeuze op dit moment, mondzorgplan van de patiënt, mate coöperatie, noodzakelijke nazorg door patiënt zelf of zijn omgeving.

De NWVT WTA Hamer Duyvenszprijs Leescommissie heeft zijn proefschrift met heel veel plezier gelezen en goed nota genomen van de klinische implicaties van zijn conclusies.

Uitgangspunten NWVT WTA Hamer Duyvenszprijs:

De promovendus heeft zijn wetenschappelijke arbeid gepubliceerd in een proefschrift en heeft deze dissertatie met succes verdedigd aan een Nederlandse Universiteit. De promovendus moet als tandarts ingeschreven staan in het BIG-register.
Het onderwerp en de conclusies van de dissertatie moeten (klinisch)tandheelkundig van aard zijn en moeten bij voorkeur relevant zijn voor de tandarts algemeen practicus.